De Assembleurs

Van de bank naar de werkvloer

Elke ondernemer in de techniek droomt van jong talent dat handenwringend klaar staat om het bedrijf te versterken. In Barneveld krijgen onder anderen statushouders via een praktijkgericht leer-werktraject de kans om taal, werkervaring en vakvaardigheden tegelijk op te bouwen.

Van de bank naar de werkvloer

Statushouders perspectief bieden in de techniek

Hoe Barneveld statushouders perspectief biedt in de techniek:

Elke ondernemer in de techniek droomt van jong talent dat handenwringend klaar staat om het bedrijf te versterken. Dat dat talent niet altijd Johan of Jordi heet en vanaf de middelbare school het mbo is ingerold bewijzen steeds meer initiatieven om ook zij-instromers en statushouders tot een technisch beroep te verleiden. In Barneveld krijgen onder anderen statushouders via een praktijkgericht leer-werktraject de kans om taal, werkervaring en vakvaardigheden tegelijk op te bouwen. Het resultaat: zes van de tien deelnemers stroomden al uit naar werk, van wie vier naar een technische baan in de regio. Achter dat resultaat schuilt geen wonderformule, maar een zorgvuldig samenspel van bedrijven, opleiding, gemeente en begeleiding. ‘Ik zeg altijd: we hebben ze van de bank af getrokken’, zegt Elbert Wildemans, betrokken bij het traject vanuit De Assembleurs en BTO.

Een moderne bedrijfsschool
De Barneveldse Techniek Opleiding, kortweg BTO, is in de kern een moderne bedrijfsvakschool. Jongeren volgen er een BBL-plusopleiding op mbo-niveau 2, 3 of 4 in onder meer metaaltechniek, mechatronica, elektrotechniek, installatietechniek en zinktechniek. Ze zijn in dienst van BTO, krijgen twee dagen per week les op locatie en werken drie dagen bij bedrijven in de regio. ‘we hebben eigenlijk de vroegere bedrijfsschool die bedrijven of gemeentes hadden, weer nieuw leven ingeblazen op een moderne manier’, vertelt Wildemans.
Dat model blijkt ook interessant voor een andere doelgroep: statushouders. Niet als losse aanvliegroute, maar als serieuze instroomlijn voor de techniek. Binnen BTO bestaat al aantal jaren een klas met zij-instromers en statushouders die één dag per week scholing volgen en daarnaast al werken. Daarnaast werd vorig jaar een apart voortraject opgezet vanuit De Assembleurs, samen met BTO en gemeente Barneveld.

Meer dan alleen vakleren
Tien statushouders begonnen in dat traject. Drie dagen per week waren zij op locatie. Ze kregen taallessen, gingen op excursie, bezochten bedrijven. En bij de Assembleurs konden ze aan de slag met technische assemblagewerkzaamheden, zoals kabelbomen en schakelkastjes maken. Maar minstens zo belangrijk was alles daaromheen: op tijd komen, samenwerken, werkritme opbouwen, begrijpen waarom je nou eigenlijk belasting betaalt. Wildemans zegt het nuchter: ‘Ook de Nederlandse cultuur moet je aanleren: hoe ga ik solliciteren? Waarom moet ik een arbeidscontract tekenen?’ Voor veel deelnemers is dat niet vanzelfsprekend. ‘In Syrië heeft niemand een arbeidscontract. Dan ga je gewoon bij de buurman werken.’
Juist die combinatie van taal, vaktheorie, werkervaring en praktische oriëntatie maakt het traject krachtig. Statushouders krijgen niet alleen een kans om werk te vinden, maar worden stap voor stap werkfit gemaakt. Zo stroomden van de eerste groep zes deelnemers uit naar werk, van wie vier naar een technische baan. De deelnemers die nog niet aan het werk zijn, kampen vooral nog met taal- en gezondheidsproblemen.

‘Je kunt dit niet als school alleen. Je hebt de ondernemers nodig en een goed werkende projectgroep.’

Gemeente als motor
In Barneveld speelde de gemeente een cruciale rol. De deelnemers kwamen via gespreksvoerders van de gemeente in beeld. De gemeente investeerde in tijd, een projectleider, vergoedingen, pand en inrichting. Maar minstens zo belangrijk, zegt Wildemans, is de overtuiging binnen het gemeentelijk apparaat zelf. Hij ziet daarin duidelijke verschillen tussen gemeenten. In Barneveld kwam het initiatief van gedreven beleidsmedewerkers en uitvoerders die zagen dat dit werkte en de wethouder meenamen. Elders ziet hij vaker dat een enthousiaste bestuurder nog door meerdere lagen heen moet voordat een project echt van de grond komt. ‘Het valt of staat wel met de juiste personen, de juiste poppetjes’, zegt hij.

Ook bedrijven moeten kunnen proeven
Voor mkb-bedrijven is werken met nieuwe doelgroepen soms spannend. BTO probeert die drempel zo laag mogelijk te maken. Er is een projectleider, er zijn anderstalige coaches en bedrijven kunnen eerst verkennen of er een match is. Soms begint dat met een groepsbezoek, soms met een individuele meeloopdag. Dat laatste blijkt essentieel. Want niet alleen de ondernemer moet overtuigd zijn; ook op de werkvloer moet het kloppen. ‘De collega moet er wel mee kunnen werken’, zegt Wildemans. Juist daarom zijn die proefmomenten waardevol. Soms blijkt iemand technisch heel vaardig, maar is het werk fysiek te zwaar. Of is er geen match met collega’s: ‘En dat wordt het lastig als je de hele dag in een busje met elkaar op stap moet’. Dan is de conclusie ook helder: niet doen. Maar er zijn ook successen, zoals twee deelnemers die bij één technisch bedrijf in Barneveld geplaatst konden worden.

Werk als kantelpunt
De belangrijke succesfactor is misschien wel Wildemans zelf: ‘Het kost natuurlijk ook heel veel tijd en energie, maar je krijgt er enorm veel voor terug.’ In Bodegraven begeleidde hij een jongeman die tien jaar op straat had geleefd, met verslavingsproblemen en grote afstand tot de arbeidsmarkt. Die begon met drie uur werk per week en heeft inmiddels een contract voor veertig uur bij een klant. Een ander voorbeeld is een statushouder die na een werkervaringsplek uiteindelijk ook fulltime werk vond. De rode draad is maatwerk. Niet iedereen komt binnen met hetzelfde taalniveau, dezelfde gezondheid of dezelfde beroepsachtergrond. Maar de winst is groot als het lukt.

Wat andere regio’s hiervan kunnen leren
Wie deze aanpak wil overnemen, moet niet zoeken naar één losse succesfactor. Juist het complete pakket maakt het verschil: een praktijkopleidingscentrum, bedrijven die openstaan, taalondersteuning, begeleiding op de werkvloer, coaches die cultuurverschillen kunnen overbruggen, en een gemeente die meer doet dan alleen doorverwijzen. ‘Je kunt dit niet als school en je kunt dit niet als ondernemers. Een goed werkende projectgroep is gewoon een voorwaarde.’ Wildemans zou het nieuwe kabinet daarom willen meegeven om hier landelijk meer richting en middelen aan te geven, zonder het lokaal dicht te timmeren. Want Barneveld is Barneveld, weet hij, en andere regio’s werken anders. Maar onbenut talent laten zitten is overal een gemiste kans. Zeker in een sector die om vakmanschap staat te springen.